Posts tonen met het label Atletiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Atletiek. Alle posts tonen

zondag 17 januari 2016

Ryan Hall: Gedragen door god, gedreven door passie

Het dopingspook heeft opnieuw al zijn duivels ontbonden in de atletiek nu blijkt dat positieve dopingtests jarenlang systematisch onder de mat werden geveegd. Het moet iedereen die gepassioneerd met deze sport begaan is tot diepe droefheid stemmen. Net zoals het afscheid van de Amerikaan Ryan Hall, die deze week zijn pensioen aankondigde, tot droefenis stemt.  

Ryan Hall was altijd al het zorgenkindje van de Amerikaanse atletiek. Gezegend met enorm veel talent kon hij maar sporadisch zijn klasse tonen aan de buitenwereld.  Hoge toppen wisselde hij af met veel te diepe dalen, waarin hij soms jarenlang rondzwierf. Genekt door de torenhoge verwachtingen die hij op zijn schouders droeg als een van de vaandeldragers van de lange afstand over de plas. Zijn absolute hoogtepunt beleefde hij vijf jaar geleden toen hij als eerste Amerikaan onder de magische 2:05 grens dook in de Boston Marathon.  Een tijd die overigens niet gehomologeerd wordt door het IAAF, omdat er in Boston van "point-to-point" gelopen wordt. Er stond die dag dan ook een stevig windje, waardoor er bijzonder snelle tijden werden gelopen. De uiterst gelovige Hall omschrijft die dag op zijn blog als een bijzondere ervaring. "Ik werd gedragen door de armen van god".  Maar Hall bewees al op veel jongere leeftijd geen eendagsvlieg te zijn. In Houston doorbrak hij in 2007 als eerste Amerikaan de magische grens van een uur op de halve marathon.  Zijn tijd van 59:43 staat nog steeds overeind als Amerikaans record.


Topsport vraagt een ijzeren gestel. En dat ijzeren gestel was de laatste jaren stevig aan het roesten. Blessures lopen als een rode draad doorheen de carrière van Hall. Na de olympische spelen van Londen, waar hij met een blessure aan de hamstrings moest uitstappen, is het nooit meer goed gekomen.  Hij startte nog in verschillende grote wedstrijden, maar de keren dat hij daadwerkelijk de finish haalde waren op één hand te tellen. Meermaals stond er een DNF achter zijn naam. Sinds 2012 wist hij nog maar een keer de finish van een marathon te halen, Boston 2014 in een bescheiden 2:17. Amerikaanse media en publiek raakten stilaan het geloof in hun chouchou kwijt.  Hij kreeg steeds meer het etiket opgeplakt van zondagskind. Mentaal niet sterk genoeg om te strijden met de top. Ondanks de negatieve  en vaak kwetsende commentaren ondernam hij nog een laatste poging om in februari een gooi te doen naar een olympisch ticket voor de marathon in Rio tijdens de Amerikaanse trials. Tegen beter weten in.

De manier waarop Hall de laatste jaren van zijn carrière werd afgeschilderd in pers en publiek moet hard zijn aangekomen.  Hall stond er juist om bekend attractief te racen.  Nooit te beroerd om het kopwerk voor zijn rekening te nemen. Naar zijn debuutmarathon in Londen 2007 werd dan ook reikhalzend uitgekeken, nadat hij eerder dat jaar het Amerikaanse record op de halve marathon aan diggelen liep.  En de blonde debutant ontgoochelde allerminst met een waanzinnige tijd van 2:08:24. Aan kilometerpaal 35 liep hij nog steeds aan de leiding. Elke andere atleet zou er in zijn eerste marathon voor gekozen hebben om rustig en afwachtend te lopen, om dan in het tweede deel te versnellen. Amerika valt als één blok voor de lefgozer en hij siert in die jaren tal van covers van gerenommeerde looptijdschriften.   Ryan Hall, een naam als een klok, was klaar om zich in het rijtje te voegen met grootheden als Frank Shorter, Prefontaine en Lagat.

Net als zijn gouwgenoot Keflezighi, waar u hier al eerder een bijdrage kon over lezen, hield Hall er een stevig trainingsregime op na in de omgeving van Mammoth Lakes. Weken van 100 tot 130 mijl zijn eerder regel dan uitzondering en dat reeds op 17-jarige leeftijd. Hall staat daarnaast ook bekend als onverwoestbare tempobeul. Hij traint het liefst tegen wedstrijdtempo of zelfs sneller.  Hall drijft zijn lichaam tot het uiterste en dat eist stilaan zijn tol. In de overtuiging dat hij enkel kan wedijveren met de Kenianen als hij zwaar en hard traint stemt hij het tempo van zijn duurlopen in de voorbereidingsperiode op Londen af op het wereldrecord.  Een hamstringblessure noopt hem tot opgave in Londen, maar ook zijn bloedwaarden baren hem meer en meer zorgen.  Hij kampt voortdurend met een testosterontekort en lage ijzerwaarden in het bloed.  In zijn afscheidsinterview met The New York Times liet hij verstaan dat hij de laatste weken niet meer in staat was om degelijk te trainen. "Ik kan nog met moeite 20 kilometer per week trainen door een ijzertekort in mijn bloed dat maar niet opgelost raakt". Hierdoor ziet Hall zich genoodzaakt een punt te zetten achter zijn carrière op 33-jarige leeftijd.  Een studie aan de universiteit van North Carolina toonde onlangs nog het verband aan tussen zware lange duurtrainingen en verlaagde testosteronwaarden.

Ryan Hall engageert zich naast zijn professionele hardloopcarrière ook op sociaal maatschappelijk vlak. Tijdens zijn vele trainingsstages in oost-Afrika ziet hij met eigen ogen de armoede waarin deze mensen dag in dag uit moeten leven. Voor Hall het sein om samen met zijn vrouw Sarah een eigen intergouvernementele organisatie op poten te zetten die de armoede in die regio moet bestrijden. De STEPPS foundation, die sinds 2009 bestaat, heeft ondertussen een ziekenhuis in Kenia gebouwd, een geboortekliniek in Senegal opgericht en steunt nu een waterwinningsproject in Mozambique. Onlangs meldde het koppel ook fier de adoptie van 4 Ethiopische meisjes. De carrière van Hall was er één met veel hoogtes en laagtes, maar binnen 20 jaar zullen er veel mensen misschien wel nostalgisch op terugkijken. 

vrijdag 13 november 2015

Meb Keflezighi

Meb Keflezighi, veel kans dat u nog nooit van deze Amerikaanse atleet heeft gehoord. Hoewel hij reeds een aardig palmares bij elkaar liep bleven zijn knappe prestaties in onze contreien onderbelicht. Tijd om daar verandering in te brengen. 

Ik zal het maar eerlijk toegeven, ik pleit eveneens schuldig. Het was pas in 2014 dat ik Meb op mijn radar signaleerde.  Hij had toen net de Boston Marathon op zijn naam geschreven en was hiermee de eerste Amerikaan in meer dan 30 jaar die daarin slaagde.  Hij was ermee overigens niet aan zijn proefstuk toe. In 2009 flikte hij hetzelfde huzarenstukje ook al eens in New York, waar  de Amerikanen ook al sinds 1982 op hun honger zaten.  En in 2004 veroverde hij in Athene de zilveren medaille op de marathon. Het was al van 1976 en Frank Shorter geleden dat een Amerikaan daarin slaagde. Een ding staat vast.  Meb Keflezighi is een man voor de geschiedenisboeken en een inspiratiebron voor veel van zijn landgenoten. 

Meb na zijn zege in Boston
Immigratie is al sinds mensenheugenis de motor van het succes van de Verenigde Staten.  Zo zijn tal van multinationals ontsproten uit het brein van immigranten op zoek naar een beter leven. Zij hebben de drive en de wilskracht om elke kans te grijpen die hen wordt geboden. Keflezighi is daar geen uitzondering op. Hij werd geboren in 1975. Niet in een comfortabel kraambed omringd door hoogopgeleide verpleegsters, maar wel in een door oorlog getroffen Eritrea, waar geen elektriciteit of stromend water voorhanden was.  Het conflict en de dreigende oorlog met buurland Ethiopië dreef het gezin richting Italië, alvorens in San Diego te belanden.  De eerste jaren in de VS werden een ware beproeving voor het jonge gezin. Vader Keflezighi klopte lange dagen als taxichauffeur om ervoor te zorgen dat de kinderen niets tekort kwamen. De opofferingen die zijn ouders hebben moeten leveren zijn hem altijd bijgebleven. Meb's helden zijn niet alleen ronkende namen uit de atletiek als Steven Prefontaine, Steve Scott enPaul Tergat maar vooral zijn ouders Russom en Awetash.  Zijn motto? "Don't sit on the coach, do something optimistic". 

Keflezighi interesseerde zich aanvankelijk niet in de loopsport. Hij vond het vooral raar om kinderen te zien rennen zonder bal in de buurt. Pas begin jaren 90 sloeg de vonk over toen hij in zijn eerste wedstrijd een mijl onder 5:20 liep. Vanaf dat moment komt Meb tot inzicht dat hij voor deze sport is geboren. "Het is niet iedereen gegeven om op die leeftijd een mijl te lopen in 5:20, dit is een gift van god", zei hij daar later over in zijn biografie. Al is hij de eerste om te beseffen dat er hard zal gewerkt moeten worden om de top te bereiken. Meb's talent bleef niet onopgemerkt. Hij krijgt een studiebeurs voor de University of Californië toegekend en maakt al snel furore in het NCAA-circuit, waar hij op de piste en in het veldverscheidenen titels in de wacht sleept. Keflezighi groeit na zijn schoolcarriere uit tot een meer dan verdienstelijk baanatleet. Zijn Amerikaans record op 10.000 meter, 27:13 gelopen in 2001, houdt bijna tien jaar stand.

Strijdershart
Zijn kennismaking met de lange afstand werd er eentje in mineur. In zijn eerste marathon van New York in 2002 gaat hij veel te voortvarend van start. Opgejut door de uitgelaten massa langsheen 1st avenue blaast hij zijn motor op en komt hij uitgeput als 9de over de streep in 2:12 39". Meb startte die dag in de overtuiging dat hij zou winnen. Aan statistieken en tijden heeft hij een broertje dood. Zijn enorme strijdershart maakt hem uiterst geschikt voor de grote Amerikaanse stadsmarathons, waar er meestal geen hazen aan te pas komen. Mentaal is Keflezighi ijzersterk en hij is ook nooit beroerd de handschoen op te nemen en de strijd aan te gaan met de Kenianen, de opperheersers op de marathon. " Tijdens training geeft het fysieke luik voor 90 % de doorslag en het mentale speelt voor 10 % mee. Op wedstrijddag zijn de verhoudingen omgedraaid en draait het vooral om het mentale aspect".  Die ijzersterke mentale weerbaarheid bewees hij op Boxing Day 2014 tijdens de Marathon van Boston. Terwijl een groot gedeelte van Massachusetts van een zonnige vrije dag geniet en half Boston is uitgelopen om de lopers een hart onder de riem te steken is Meb vanaf het startschot op oorlogspad. Hij krijgt een vrijgeleide en loopt al snel een minuut bij elkaar. Keflezighi is op dat moment met zijn 39 jaar in de nadagen van zijn carrière. De achtervolgers gaan ervan uit dat ze hem nog zullen terugnemen. Aan de finish bedraagt de kloof met de nummer 2, Chebet, een luttele 10 seconden na een heroïsch gevecht in de slotfase van de marathon. Een droom komt uit voor Keflezighi die wenend in de armen van zijn coach valt. Een jaar na de dramatische bomaanslagen, die bijna het einde betekende voor de oudste marathon ter wereld, wint opnieuw een Amerikaan.  Symbolischer kan haast niet.


De overwinning zou er nooit zijn gekomen zonder de vreemde speling van het lot. Keflezighi had namelijk een tweejarig contract afgesloten met de marathon van New York, waar hij naar alle waarschijnlijkheid zijn laatste marathon zou lopen. De doorkomst van orkaan Katrina in november 2012 gooide roet in het eten. Keflezighi gaat opnieuw in training en is van plan om in Boston een mooi slotstuk aan zijn carrière te breien. Door een blessure moet hij echter verstek laten gaan, maar hij is wel aanwezig als toeschouwer. Op amper 150 meter van de plaats waar de bom ontploft is hij getuige van de chaos die de broers Tsarnaev aanrichten. Vanaf dat moment is Meb vastbesloten om deze wedstrijd het jaar nadien te winnen. Niet voor zichzelf, maar voor de slachtoffers van de bomaanslag. Van zijn prijzengeld van 150.000 dollar schenkt hij 10.000 dollar aan een 8-jarig jongetje dat ernstig gewond raakte die dag. De namen van de slachtoffers heeft hij achter op zijn borstnummer geschreven. De overwinning van Meb is een pleister op de ziel van de Amerikanen. De tranen vloeien rijkelijk die dag wanneer het Amerikaans volkslied weerklinkt op Boylston Street.

De zege in Boston is een bekroning voor een carrière die nog niet ten einde is. Als alles volgens plan verloopt volgt in Rio het orgelpunt, hij zal dan de 40 gepasseerd zijn. Begin november brak hij nog het masterrecord in zijn New York.  Een laatste keer zal hij zich afbeulen in het schilderachtige decor rond Mammoth Lakes, waar ook Koen Naert zijn olympische droom gestalte gaat geven dit voorjaar,  om vervolgens te strijden voor de medailles in Rio de Janeiro. Je bent een krijger, of je bent het niet.

woensdag 21 oktober 2015

Verslag halve marathon van Valencia

Mooi weer, een leuk parcours en een kwalitatief deelnemersveld. Daarvoor staat de halve marathon van Valencia, Iaaf Silver label,  genoegzaam bekend. Voor mij genoeg redenen om mijn valies te pakken en de omstandigheden ter plaatse te gaan checken. Ik kwam allesbehalve van een kale reis terug.

Om 6 uur 's morgens had ik reeds mijn ontbijt achter de kiezen. Een kleverig havermoutpapje met wat rozijnen moest volstaan om mij exact 21,1 km aan brandstof te voorzien. Ik kon alvast beroep doen op mijn zuinige-en propere- dieselmotor,  want er stond dan ook amper een zuchtje wind. De start van deze halve marathon vindt plaats aan de haven, die in 2007 ter gelegenheid van de America's Cup, een van de meest prestigieuze zeilcompetities, een stevige upgrade kreeg. Een late noodzakelijke sanitaire stop zorgde ervoor dat ik vrij ver vanachter in het eerste startvak moest starten.  Zigzaggend passeerde ik tal van lopers, toeschouwers en fotografen, die het wel leuk vonden om plaats te nemen tussen de lopers op het parcours. Bijzonder gevaarlijke ssituaties leverde dat op.

Het is altijd bang afwachten hoe de benen aanvoelen in die eerste kilometers. Heb ik de reis wel goed verteerd en heb ik gisteren niet net iets te veel rondgelopen in de stad in de hoop toch geen enkele toeristische hotspot te missen? En ja misschien was het ook geen goed idee om naar de match Valencia-Malaga te gaan kijken die pas begon om 22 uur. Maar ach de voetbalfreak in mij zou het niet geaccepteerd hebben als ik die wedstrijd had laten schieten.  Na een drietal kilometer vormt zich een omvangrijke groep van een 20-tal atleten die zich uiteindelijk stelselmatig zal uitdunnen.  Ik kan u alvast verklappen dat ik tot de finaleronde met de laatste 10 ben geraakt.  Daarvoor loopt naar schatting nog een man/vrouw of veertig waarvan de helft met Afrikaanse roots.

Mannen met baarden
Ik viel echt wel helemaal uit de toon in mijn groep. Dat bestond voornamelijk uit bebaarde spanjaarden, die er uitzagen alsof ze de gloriedagen van de conquistadors nieuw leven wilden inblazen. De ene had daarbij al wat meer hipsterallures dan de andere. Toch ook maar eens overwegen om mee te gaan in die rage en wat baardbegroeiing te laten staan bij mijn volgende wedstrijd in Spanje. Ik had een goede dag en dan ben ik nooit uit de voorste gelederen weg te slaan. Na een kilometer of 5 liet ik het groepje met bebaarde Spanjaarden even voor wat het was omdat het tempo even stokte. Ik kon de einzelganger in mij al snel bedwingen en een kilometer verder liet ik mij opnieuw opslorpen door dit peloton. Na 16:40 passeerde het nummer 6682 , ik dus, die vijfde kilometer. De temperatuur bedroeg een aangename 21 graden. Ik maakte er een een spelletje van om de ideale lijn te volgen die in het blauw was aangebracht op de pikzwarte en puntgave asfaltstroken. Al stel ik mij wel vragen over de correctheid hiervan aangezien mijn Gps-horloge aan de finish 21, 45 aangaf. Misschien iets te veel zigzagbewegingen gemaakt bij het ontwijken van de vele fotografen op het parcours aan de start. :-) 

De publieke belangstelling viel best tegen. Ik herinner mij veel dikkere rijen langs de kant tijdens de marathon van Barcelona. Maar ja, om 9 uur steekt elke zichzelf respecterende Valenciaan nog in zijn bed. Het levensritme is hier ook heel anders ingedeeld dan bij ons, waarbij het avondmaal vaak pas om 10 uur wordt gegeten. De halve marathon zelf, een prelude voor de Valencia marathon in november, kon dit jaar rekenen op iets meer dan 10.000 deelnemers. Het parcours deed vooral de rand van de stad aan. Historische gebouwen kregen we dus amper te zien. De route bracht de deelnemers wel verschillende malen langs het Ciudad de las Artes y Sciences. Met dit prestigieus project is Valencia erin geslaagd zich op de kaart te zetten als referentie op vlak van moderne kunst en wetenschap. Al viel het wetenschapsmuseum, een van de vier gigantisch futuristische bouwwerken binnen het park, niet echt in de smaak bij mezelf. Het project, dat honderden miljoenen euro's heeft gekost, heeft mee de ziel van Valencia helpen vorm gegeven. Maar daar hangt dan ook een stevig prijskaartje aan vast van enkele honderden miljoenen euro's. Valencia kijkt dan ook niet op een euro meer of minder.  500 miljoen euro om de America's Cup binnen te halen in 2007, nog eens 150 miljoen euro om de Formule 1 naar de stad te halen en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Al houdt de stad de laatste jaren nu wel noodgedwongen de vinger op de knip. 

Krampen

Ciudad de las Artes y Sciences
Oktober is traditioneel marathonmaand en een halve marathon die op zichzelf staat is in deze periode dan ook een zeldzaamheid. De Keniaan Abraham Cheroben maakte zijn favorietenrol bij de mannen waar en kon in de laatste 4 kilometer nog een aanzienlijk gat slaan met zijn landgenoot Matthew Kipkoech. Hij won de wedstrijd in een sterke 59:10. Bij de vrouwen was het minder spannend en ging de zege naar de Ethiopische Kebede. In mijn race ging het er een stukje langzamer aan toe. Ik passeerde Kilometerpaal 10 in 33:37. Het gehijg in het groepje  begon stevig aan te zwellen. Zowel voor als achter mij zag ik atleten die het krap lastig kregen om het tempo te volgen. Een kleine speldenprik en een kilometer aan 3:12 zorgde ervoor dat enkele atleten de rol moesten lossen.  Niks te vroeg, want ik was het stilaan zat dat ik voortdurend op de enkels werd getikt. Al kreeg ik zelf ook wel enkele vieze blikken te verwerken. Het voortdurend afremmen en corrigeren bij het lopen in groep was ook een van de redenen dat ik er bij mijn marathons steevast voor koos om alleen te lopen. Daar kom ik nu stilaan van terug en deze halve marathon is dan ook een ideaal leermoment.  Kilometer 15 wordt gerond in 50:41. Ik zat op koers voor een verpulvering van mijn persoonlijke beste, die 1h13' 14" bedraagt, gelopen in Den Haag als voorbereiding op Boston. Was het de warmte of het voortdurend corrigeren van mijn looppas, maar rond kilometer 18 kreeg ik serieuze krampen in mijn benen. Het maakte elke bocht en hobbel in het parcours tot een ware marteling. Ik moest het groepje waarin ik de hele wedstrijd liep laten gaan. Het was nu zaak om op eigen tempo te finishen. Ik probeerde elke negatieve gedachte te bedwingen en het lukte mij om het tempo niet al te veel te laten zakken. De laatste kilometers werden afgehaspeld aan 3:35 en ik verloor iets meer dan een halve minuut op het groepje waarin ik liep. Licht vloekend liep ik als 60 ste over de finish in 1h12' 04" , om daarna snel tot het besef te komen dat ik best vrede mocht nemen met deze prestatie. 

De halve marathon van Valencia was een leuk 'tussendoel' voor mij en vooral bedoeld om mijn blazoen terug op te poetsen als langeafstandsloper. Dat ik in de marathon van Boston niet presteerde zoals gehoopt had toch zijn sporen nagelaten. Ook het zomerseizoen liep niet zoals gepland, door de naweeën van een blessure na Boston waar ik toch lange tijd mee sukkelde. Hopelijk blijven we nu gespaard van blessures en kunnen we via een goede winter de basis leggen voor een goed pisteseizoen om dan in het najaar hopelijk opnieuw te knallen op een marathon.

zondag 19 juli 2015

Anorexia Sportiva

Anorexia, of de sportieve variant van deze aandoening "anorexia sportiva" lijkt wel het nieuwe wondermiddel te zijn in de sportwereld. Hoe magerder, hoe sneller je loopt, fietst of zwemt.  De extreme magerzucht in het peloton, met Team Sky als exponent, is allerminst fraai om zien. 

Op een doordeweekse dag toen ik in het Hasseltse Stationsbuffet de krant doorbladerde kwam al snel het onderwerp Froome ter sprake. Een collega van mij maakte al grappend de opmerking dat als je een brood richting Froome zou gooien, je het gesneden zou terugkrijgen. Een licht kalende man van een eind in de 40 mengde zich al gauw in de debatten. De man bleek zelf een niet onverdienstelijk atleet te zijn met een persoonlijk record van 13'40" op 5000m . "Ik weet wat het is om te streven naar een vetgehalte van minder dan 5 procent", viel de man ,wiens naam ik ben vergeten te vragen , ons in de rede. " Gek werd ik ervan. Het doet wat met een mens om jezelf zo'n Spartaans regime op te leggen. Niet enkel fysiek, maar ook mentaal. Ik was in die tijd niet het meest aangename gezelschap besef ik nu."



Een dag na de ontmoeting met deze man werd ik geconfronteerd met een nieuw geval "Froome". Bij de samenvatting van de Diamond League meeting in Monaco liep de Keniaan Asbel Kiprop naar een fenomenale tijd van 3'26" en brak hij ei zo na het ongenaakbaar geachte record van Hicham El Guerrouj op de 1500 m.  Toen ik de stekkenbeentjes van Kiprop in close-up te zien kreeg had ik onmiddellijk de neiging een geldinzamelingsactie te starten zodat hij zijn familie deftig in het levensonderhoud zou kunnen voorzien. Datzelfde gevoel kreeg ik even later opnieuw toen Mo Farrah in een al even fabelachtige tijd van 3'28" over de streep kwam gelopen.

Asbel Kiprop meet 1m88 en weegt 62 kg. Froome is ongeveer even groot en weegt 4 kg meer. Toch is er een wezenlijk verschil tussen deze twee atleten. De roots van Asbel Kiprop liggen in de Keniaanse hoogvlakten van de Rift Valley. Een BMI van -20 is hier eerder regel dan uitzondering. Je kan dus stellen dat het "talent" om mager te zijn bij Kiprop aangeboren is. Dat is bij Froome niet het geval. In de periode voor hij zich toespitste op het rondewerk woog de rijzige Brit om en bij de 80 kg. Het is pas nadat hij in contact komt met Sky en Dave Brailsford dat hij extreem op zijn voeding is gaan letten.

De extreme fixatie op het aantal watt per kg sijpelt stilaan door naar de jeugdreeksen. De boodschap die jonge renners  nu krijgen is dat de methode "Froome-Rasmussen" wel degelijk werkt. Een fout signaal voor jonge renners in de groei, die best zo ver mogelijk wegblijven van het experimenteren met hun lichaamsgewicht. We hebben misschien wel opnieuw een type Indurain, Ulrich nodig die bewijst dat je niet vel over been hoeft te zijn om de Tour te winnen.

donderdag 13 november 2014

Onontgonnen potentieel

Wie aan topsport doet doet dit meestal niet voor de centen. Afgezien van de weinige grootverdieners in de sport zijn er veel atleten die moeten knokken om rond te komen. In hun jacht naar medailles en het vervullen van hun dromen liggen tal van financiële obstakels. De knagende onzekerheid over wat de toekomst brengt kruipt bij sommige atleten dan al snel in het hoofd en de benen.

Aanleiding tot het schrijven van dit blogbericht is het niet verlengen van het contract van Jeroen D'hoedt bij Atletiek Vlaanderen. Nochtans wordt D'hoedt in het communiqué dat hiertoe werd verstuurd omschreven als een diamant met een schitterende ontwikkelingslijn. De nagel op de kop als je naar zijn prestaties van het afgelopen jaar kijkt. Heersend in de Crosscup, 4de op het EK cross en half mei stak hij al overtuigend de limiet voor het EK op de 5.000 meter op zak. Een schaambeenblessure hield D'hoedt uiteindelijk weg uit Zürich.  D'hoedt kende de afgelopen jaren een moeilijke periode en leek er opnieuw bovenop te komen. Het topsportbeleid in Vlaanderen kent geen mededogen. Er worden prestaties gevraagd en haal je die niet dan kom je onherroepelijk op de wip. Atletiek Vlaanderen is een project binnen het Vlaamse topsportbeleid dat sinds 2008 is onderverdeeld in het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media.  Atletiek Vlaanderen werd destijds in het leven geroepen om ons land opnieuw te doen aansluiten met het roemruchte verleden op de fond en de halve fond. Het ontbinden van het contract van een van onze beste atleten in die discipline staat dan ook haaks op die visie. Zeker als je weet dat van de 6 nieuwelingen die het team in 2015 vervoegen er met Kimeli en Botterman slechts twee specialisten op 800 en 1500 bij komen.

Zelfredzaamheid
Het was een wanhopige D'hoedt die afgelopen zondag zijn verhaal deed in de Zevende Dag. Een kreet van wanhoop, waarmee hij hoopt alsnog privé-sponsoring te vinden. In het andere geval moet D'hoedt terug naar de tekentafel om na te denken over zijn toekomst als professionele atleet. Misschien moet D'hoedt maar eens te rade gaan bij Delfine Persoons. De West-Vlaamse verdedigde op Wapenstilstand met succes haar wereldtitel boksen bij de lichtgewichten. Persoons combineert haar sport met een fulltime job bij de politie en slaagt erin te presteren op topniveau. Daarvoor moet ze zich wel veel opofferingen getroosten. Zo zijn er maanden dat ze 29 dagen werkt om voor en na haar kampen genoeg verlof te kunnen opnemen. Met een gezonde dosis creativiteit en zelfredzaamheid kom ja als topsporter al een heel eind. Onze atleten moeten zichzelf in de toekomst beter verkopen en niet enkel rekenen op een contract bij Bloso.  Neem nu Nick Symmonds. Deze Amerikaanse atleet was het 2 jaar geleden zo beu om maar geen geen kledingsponsor te vinden dat hij halfnaakt een oproep lanceerde op Twitter. De tweet werd massaal gedeeld en Symmonds ligt nu onder contract bij Brooks.  Sociale media maken het voor topsporters mogelijk om direct in contact te treden met hun volgers en supporters. Er liggen op dat vlak  heel wat kansen voor het grijpen die je marktwaarde voor potentiële sponsors kunnen verhogen. En ook crowdfunding is een piste die op die manier een stapje dichterbij komt. Want wanneer mensen enkele euro's doneren willen ze daarvoor return in de plaats en is er voor privacy nog maar weinig plaats. Als topsporter ben je meer dan ooit een publiek figuur en als deze opofferingen ervoor kunnen zorgen dat je op professionele basis kan blijven presteren is het zeker het overwegen waard.

"Anno 2014 zijn we echter geëvolueerd naar een kluwen aan statuten en een versnippering van bevoegdheden waarin zelfs een kat haar jongen niet meer kan vinden." 

Tax Shelter
Toen men tien jaar geleden met de Tax Shelter voor de audiovisuele sector op de proppen kwam was dat een godsgeschenk waar de Belgische filmindustrie vandaag de vruchten van plukt. We scoren niet voor niets zo goed op internationale filmfestivals. Sinds de invoering van het systeem in 2003, waarbij bedrijven die investeren in Belgische films een belastingvermindering tegemoet zien tot 150 procent op het geïnvesteerde bedrag, groeide het aantal producties met maar liefst 250 procent. Een parallel systeem voor topsport is geen garantie voor succes maar zou voor heel wat atleten een stevig duwtje in de rug kunnen betekenen. Helaas wordt ook deze fiscale gunstmaatregel maar al te graag gebruikt in de jacht naar winstmaximalisatie. Bedrijven eisen in sommige gevallen zelfs een rendement voor hun investering. Dat kan de sportwereld deze bedrijven jammer genoeg niet bieden. Het enige rendement zijn eventuele medailles op kampioenschappen. Toch hoeft dat bedrijven er niet van te weerhouden te investeren in team X of atleet Y. Stel, als manager van een succesvol vleesverwerkend bedrijf zou ik graag investeren in de carrière van D'hoedt. Dankzij het systeem van de Tax Shelter zou ik bij een investering van 50.000 euro een vrijstelling krijgen op 750.00 euro gereserveerde winst. Met het gangbare tarief van 33,33 procent vennootschapsbelasting komt dit neer op een besparing van 25493 euro. In feite investeert die bedrijfsleider dus slechts 25000 euro. Een wetgevend kader specifiek gericht op topsport kan ervoor zorgen dat we binnen dit en 10 jaar richting 10 medailles gaan op de Olympische Spelen. Hoe je het ook draait of keert; succes in de sport en geld hebben een sterke aantrekkingskracht tot elkaar.

Dit blogbericht neigt stilaan naar doemdenkerij, al heeft het huidige topsportbeleid toch ook enkele
Jan Van Den Broeck is profatleet bij Defensie
verdiensten. Het op poten zetten van een volwaardig sociaal statuut voor atleten begin jaren 90 heeft zeker zijn verdiensten. Anno 2014 zijn we echter geëvolueerd naar een kluwen aan statuten en een versnippering van bevoegdheden waarin zelfs een kat haar jongen niet meer kan vinden. Hieronder volgt een kort overzicht van enkele statuten waar topsporters aanspraak op kunnen maken. Positief aan het systeem is de mogelijkheid om topsport te combineren met hogere studies. Het Topsportbeleid is voor de volledigheid overigens een regionale bevoegdheid. Het Bloso-Topsportenstudentenproject geeft beloftevolle topsporters de kans om zelf te ontdekken of een carrière in de topsport voor hen is weggelegd. Tot 21 jaar kunnen studenten genieten van 400 euro onkostenvergoeding per maand en kan er worden geschoven met lessenroosters in functie van wedstrijden. Vanaf 21 jaar kunnen zij eventueel rekenen op een bruto jaarsalaris van 25.000 euro. Het meest begeerd is de Tewerkstelling bij Bloso. Dit houdt een fulltime ondersteuning in op weg naar het beoogde doel. Hierbij wordt voornamelijk de klemtoon gelegd op de 10 focussporten die vastgelegd zijn in de ontwerptekst Topsportactieplan Vlaanderen III 2013-2016. Deze sporten zijn onder meer zeilen, judo, atletiek, gymnastiek.... Een Bloso-contract is voor elke topsporter de heilige graal omdat ook je trainingsstages worden bekostigd. Bekendste topsporter met zo'n Bloso-contract is Hans Van Alphen. Een speciale commissie beslist wie al dan niet een contract in de wacht sleept.  Daarnaast kunnen atleten ook opteren voor een statuut als topsporter bij Defensie. Zij combineren hierbij een job in het leger met hun topsportcarrière en krijgen hierbij alle faciliteiten om te trainen. Vaakst gehoorde kritiek hierbij is dat dit systeem voornamelijk de 'mindere goden' aantrekt die niet in aanmerking komen voor een fulltime contract bij Bloso. Men wil op termijn dan ook af van het systeem. Verder is er nog de mogelijkheid om via een omweg langs het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media een contract in de wacht te slepen. Concreet gaat het dan om Atletiek Vlaanderen en het Topsport-Vlaanderen wielerteam. Deze versnippering en gegoochel met instanties maakt dat er van een coherent topsportbeleid weinig sprake kan zijn ondanks de goede intenties.

 Als professionele sporter, die niet het geluk heeft om in een telegenieke sport als het wielrennen of het voetbal terechtgekomen te zijn, is het een continue 'struggle for life".  Het staat iedere atleet vrij om zijn eigen sportieve droom na te jagen. Bij deze een oproep aan iedere professioneel bedreigde topsporter met potentieel. Grijp je kans, 'think out of the box'. Gooi die oogkleppen weg en vecht voor je carrière. Hoe mooi zou het zijn moest D'hoedt zijn criticasters lik op stuk geven en in Rio een finale lopen op de 3.000 meter steeple.

donderdag 9 oktober 2014

Snel, Sneller, snelst

2 uur 2 minuten en 57. Dat is de tijd die de Keniaan Dennis Kimetto nodig had om de marathon van Berlijn naar zijn hand te zetten. Hij knabbelt en passant ook maar liefst 26 seconden van het vorige wereldrecord, dat op naam stond van Wilson Kipsang. Rest de vraag hoe lang het nog zal duren vooraleer de magische grens van 2 uur wordt doorbroken?  En kunnen we die Kenianen wel vertrouwen?

Als we even de technische details van het nieuwe wereldrecord onder de loep nemen dan zien we dat Kimetto de 42,195 km overbrugde met een gemiddelde van 2'54" per kilometer. Dat komt neer op een snelheid van 20,6 kilometer per uur. Een simpel rekensommetje leert ons dat wie onder de 2 uur wil duiken nog eens 3 minuten sneller moet lopen, wat grosso modo neerkomt op een gemiddelde snelheid van 21.1 kilometer per uur. Als we kijken naar de evolutie van het wereldrecord dan is deze de laatste 6 jaar met een minuut scherper gesteld. In 2008 liep Haile Gebrselassie in Berlijn naar 2h 3' 59". Als we deze lijn doortrekken duurt het dus nog zeker 20 jaar vooraleer iemand onder de grens van 2 uur duikt. Het wereldrecord kent het laatste decennium een lineaire progressie. In 2003 liep Paul Tergat voor het eerst onder 2h en 5 minuten.  Het lijdt haast geen twijfel dat die lineaire progressie de komende jaren zal vertragen. Er zijn nu eenmaal grenzen aan het menselijk kunnen. De befaamde atletenmanager Jos Hermens, die onder meer Gebrselassie begeleidde, voorspelt echter dat binnen dit en 15 jaar die grens al wel eens doorbroken zou kunnen worden. "Het hangt er maar net van af in hoeverre de Kenianen willen meestappen in het verhaal om hun sport op een nog wetenschappelijkere manier te benaderen", aldus Hermens.  Het is een publiek geheim dat Kenianen trainen op gevoel en lak hebben aan elke vorm van professionele begeleiding.

Louche apothekers
Is het succes van de Oost-Afrikanen in de marathon louter toe te schrijven aan de verbeterde trainingsomstandigheden of spelen ook andere zaken een rol? En dan komen we al snel uit bij het o zo gevreesde 6-letterwoord; doping.  Luc Krotwaar, een voormalige Nederlandse topper op de marathon, windt er alvast geen doekjes om. "Ik stel mij alvast serieuze vragen bij dit nieuwe wereldrecord. Alles onder de 2 h 5' neem ik met een serieus korreltje zout." Volgens Krotwaar gebruiken de Keniaanse atleten vooral in hun aanloopperiode naar de marathon verboden middelen. Die werken ze meestal af in Iten, Kenia, op grote hoogte ver weg van de geciviliseerde wereld. Het Keniaanse nationale dopingagentschap heeft  op zijn zachtst gezegd geen al te beste reputatie en werd hiervoor al meermaals door het WADA op de vingers getikt. Voor dopingcontroleurs is het een hele klus om bloedstalen te verzamelen in die afgelegen gebieden. Komt nog eens bij dat deze stalen, voor een optimaal resultaat, binnen de 1,5 in het labo moeten zijn. In feite komt het er dus op neer dat Keniaanse marathonlopers zonder veel poeha kunnen trainen. Een reportage op de Duitse zender ARD in aanloop naar de Olympische Spelen in Londen toonde aan dat een circuit van louche managers en apothekers Keniaanse atleten er toe aanzetten hun toevlucht tot verboden middelen te zoeken. Mathew Kisorio is één van die zondaars en heeft er nu een doel van gemaakt de omerta rond dopinggebruik in zijn land te doorbreken. Kisorio, een voormalig toptalent op 5.000 en 10.000m bij de junioren, werd in juni betrapt op het gebruik van anabole steroïden in de aanloop naar de Spelen van Londen. Hij claimt alvast niet de enige te zijn. " Dopinggebruik is een groot probleem in Kenia. Atleten beseffen dat de pakkans minimaal is en louche apothekers zien grof geld en beloven atleten een grote carrière." Feit is dat deze atleten weinig of niets te verliezen hebben en dan is de stap naar dopinggebruik natuurlijk snel gezet.
"Kenianen stappen alsmaar meer af van het klassieke carrièreplan. De focus ligt niet langer op de piste."
Komon gaat in Eindhoven op jacht naar de snelste debuuttijd
Steeds jonger
Tot op heden heden is nog geen enkele Keniaanse topatleet in het marathonlopen tegen de lamp gelopen. De Keniaanse suprematie krijgt dus vooralsnog het voordeel van de twijfel. Maar wat maakt dat het wereldrecord nu om de haverklap wordt scherper gesteld? Het record van de Ethiopiër Densamo, 2:06.50 gevestigd in Rotterdam 1988, hield maar liefst 10 jaar stand. De laatste 10 jaar kent het wereldrecord geen rust meer en is het al 5 keer verbeterd.  En met Amsterdam en Chicago nog op het programma en het debuut van Leonard Komon in de marathon van Eindhoven is er misschien nog wel een verrassing in de maak. Een van die oorzaken is dat Kenianen, en bij uitbreiding Ethiopiërs,  afstappen van het klassieke carrièreplan dat hen eerst voor de piste laat kiezen en daarna pas voor de weg. Een carrière op de weg was immers voor atleten die tegen hun pensioen aanliepen. Denken we maar aan Paul Tergat die zich pas op 33-jarige leeftijd waagde aan de klassieke afstand. De Ethiopiër Mekonnen won dit jaar de Dubai Marathon in een recordtijd van 2: 4' 23". De snelste debuuttijd ooit op de marathon. Best knap voor een knaap van maar 18. En natuurlijk helpt het dat organisatoren van grote stadsmarathons niet zuinig zijn op startpremies en prijzengelden. Mekkonen kreeg voor zijn overwinning een slordige 200.000 dollar op zijn rekening gestort. Deze atleten spenderen hun beste jaren van hun leven aan de marathon, waardoor er nu absurd snelle tijden worden gelopen. Nadeel is dan weer dat deze carrières vaak maar 5 a 7 jaar duren. De marathon is een korte doodlopende straat. Eenmaal je keuze gemaakt is er geen weg terug. De Keniaanse atletiekbond ziet dan ook met lede ogen de grootste talenten kiezen voor een carrière op de weg. En dat laat zich voelen op de piste. Londen was met amper 2 gouden medailles een groot fiasco. In 2008 waren het er nog 6. Dat is overigens ook een van de redenen dat blanke atleten opnieuw meer van zich doen spreken op de piste  (Willis, Galen Rupp). De heerschappij van de Kenianen heeft zich nu verplaatst van de piste naar de marathon.

Er zit zeker nog rek op het nieuwe wereldrecord van Kimetto. Die kon wel rekenen op uitstekende weersomstandigheden en een biljartvlak parcours. Dat zal niet elk jaar het geval zijn. Zeg nooit nooit, die duik onder de 2 uur kan er wel eens sneller aankomen dan de meeste denken. Wie had er 60 jaar geleden bijvoorbeeld gedacht dat Roger Bannister op een druilige winderige dag voor het eerst de mijl onder de vier minuten zou lopen?

maandag 11 augustus 2014

Voorbeschouwing EK atletiek Zürich

Van 12 tot 17 augustus vinden in Zürich de Europese kampioenschappen atletiek plaats. De hoogste tijd dus voor een voorbeschouwing.


Het EK houdt voor de tweede keer in zijn geschiedenis halt in het land van Alpenreuzen, haarfijn afgestelde horloges en de niet te versmaden Emmentaler. In 1954 was er al eens een tussenstop in Bern. Dat was toen een overrompelend succes en er diende inderhaast zelfs noodtribunes te worden bijgebouwd. Naar schatting  25.000  toeschouwers waren getuige van een verbluffende Zatopek, die goud veroverde op 10.000m en brons op 5.000m. Roger Bannister beleefde er zijn moment de gloire door goud te veroveren op de 1500m.  Deze keer geen inderhaast opgetrokken noodtribunes in Zürich. Dat zouden de Zwitsers ook niet toelaten, want het Letzigrundstadion is een architecturale parel. Het stadion, zoals wel meer stadions in Zwitserland, gaat volledig op in zijn omgeving en de 31 lichtmasten op het dak geven het stadion zijn kenmerkende look. Het is in dit stadion dat Grashopper Zürich,  de volgende tegenstander van Club Brugge in de voorronde van de Europa League, zijn thuiswedstrijden afwerkt. Het stadion werd in 2005 ter ere van het EK voetbal 2008  volledig gerenoveerd en biedt plaats aan 26.000 toeschouwers.

Snelle piste
De organisatie van het EK claimt alvast dat de atleten in de beste omstandigheden zullen kunnen presteren. De naar schatting 1500 atleten uit meer dan 50 verschillende landen mogen hun kunsten vertonen op een fonkelnieuwe revolutionaire atletiekpiste. Een weloverwogen investering van 700.000 euro die voornamelijk bedoeld is om de befaamde Diamond League meeting van Zürich opnieuw te doen aanknopen met de glorietijden van weleer. Het laatste wereldrecord in dit stadion, waar 25 wereldrecords sneuvelden, dateert alweer van 5 jaar geleden. Het EK vormt dan ook het ideale testmoment. De ondergrond bestaat uit twee verschillende lagen. Het onderliggende zachtere gedeelte is zacht en dempend en geeft energie terug aan de atleet. De hardere toplaag zorgt voor een betere balans en een verbeterde voorwaartse beweging van de voet. Dit alles moet resulteren in scherpe tijden en een heleboel nieuwe records. Volgens de fabrikant van de piste toonden metingen aan dat atleten tot 10 procent minder energie zullen verbruiken op de nieuwe ondergrond.  Een boude veronderstelling die in de komende weken al dan niet hard gemaakt wordt. Zwaardere atleten zouden overigens in het voordeel zijn op hun lichtere collega's maar dat zou kunnen opgelost worden door scherpere toppen te monteren op de spikes.
     
Een twintigtal disciplines staan er op het programma in Zürich voor zowel mannen als vrouwen. Netjes
Twee gouden medailles is ook nu het doel
verdeeld in de subcategorieën loop-en kampnummers. Het ene nummer spreekt al wat meer tot de verbeelding dan het andere. De 100m-finale geldt steeds als één van de hoogtepunten van het tornooi. De marathon mag dan weer bestempeld worden als de meest mythische en tevens meest onvoorspelbare discipline. En natuurlijk is het polsstokspringen best spectaculair om zien, zeker wanneer Lavillenie aanzet voor een sprong over 6 meter. De meest complete atleten worden bekroond in de zeven-en tienkamp. Dan heb je verder nog het discuswerpen, waar de atleet een evenwicht moet zien te vinden tussen balans, techniek en brute kracht. En wie dacht dat atletiek louter op individuele basis wordt beoefend heeft het grondig mis. De 4x100 en 4x400 staan steeds garant voor spektakel. Atletiek is dan ook allesomvattend en daarom de mooiste sport ter wereld.

Mo Farah
Naar welke atleten is het uitkijken in Zürich? Een vraag die brandt op de lippen van miljoenen liefhebbers in Europa en daarbuiten. (Het EK zal door naar schatting 370 miljoen mensen worden bekeken) Mo Farah waant zich zo stilaan onklopbaar op grote kampioenschappen op 5 en 10 km. Farrah is een kampioenschapsloper pur sang die teert op zijn hoge basissnelheid. Kenmerkend is het beeld van een schijnbaar ongeïnteresseerde Farrah die zich in de eerste helft van de race achteraan zet om pas in de laatste ronden boven water te komen en uit te pakken met een verschroeiende slotronde. Toch rijzen er vragen over de fitheid van Farrah, die twee weken geleden nog moest afzeggen voor de Commonwealth Games. Anders dan in Helsinki twee jaar geleden kiest de Brit van Somalische oorsprong opnieuw voor de dubbel.
"Atletiek is allesomvattend en daarom de mooiste sport ter wereld." 
De 100m bij de mannen lijkt een open strijd te worden De Fransman Jimmy Vicaut liet dit seizoen al 9.95 optekenen en start als favoriet. Die andere Fransman Lemaitre is de eerste blanke atleet ooit die onder de magische grens van 10 seconden dook en zich zelfs op wereldvlak staande houdt tussen de absolute toppers. Met 10'13" heeft de Fransman momenteel slechts de 8ste tijd van alle deelnemers staan, maar hij heeft naar eigen zeggen zijn piek voorzien voor Zürich. Uitkijken is het naar Reus die onlangs het Duits record nog scherper stelde en de potentie heeft om als tweede blanke atleet onder 10 seconden te lopen. Op de 200m is Lemaitre dan weer de uitgesproken favoriet. Meerkampster Dafne Schippers mag hopen op goud op zowel 100 als 200 meter. Onlangs verbeterde ze op één en dezelfde avond het Nederlands record op beide sprintnummers. Op de 200 meter heeft Schippers momenteel zelfs de beste wereldjaarprestatie achter haar naam staan.

Hooggespannen verwachtingen
Op de 1500 meter bij de vrouwen is Sifan Hassan een van de grote favorieten. Hassan schreef onlangs de Diamond League van Parijs en Glasgow op haar naam en liep naar een tijd onder de 4 minuten. Aregawi wordt haar voornaamste tegenstander.  En ook voor de zevenkamp leveren onze noorderburen één van de favorieten. Nadine Broersen veroverde in maart indoorgoud op de vijfkamp en moet dit outdoor bevestigen. Tegenstand komt onder andere van onze landgenote Nafi Thiam. Als alles een beetje meezit zit een podium er misschien wel in voor haar. Een van de mooiste nummers op eender welk kampioenschap is de 800m. De jonge Fransman Ambroise Bosse kwam dit jaar helemaal tot ontbolstering. In Monaco strandde Bosse in het spoor van Amos en wist er zelfs Rudisha te kloppen in een wereldtijd van 1:42 53.  De pool Marcin Lewandowski eindigde op het WK in Moskou nog net buiten de medailles, maar er moet al veel gebeuren om hem van het podium te houden in het Letzigrundstadion.

Bondarenko legt de lat hoog op het EK
Een Europees kampioenschap is traditiegetrouw wereldtop als het aankomt op de kampnummers. Dat is deze keer niet anders. Al het hele seizoen is de competitie in het hoogspringen bij de mannen-euh- van een bijzonder hoog niveau. Het belooft een spannende driestrijd te worden tussen de Rus Ukhov en de Oekraïners Bondarenko en Protsenko met een Europese titel en mogelijk het wereldrecord (2,45 Javier Sotomayor) als inzet. Benieuwd of ook het Kremlin wakker gaat liggen van deze strijd in het hoogspringen. In het speerwerpen is met de Tsjech Vesely, de op wraak beluste Fin Pitkämäki en de Rus Tarabin het volledige podium van het vorige WK aanwezig.  Op de werpnummers is het uitkijken of Duitsland zijn hegemonie kan bestendigen.

Kwantiteit en kwaliteit
Wat mogen we van onze landgenoten verwachten? Mogen we met andere woorden onze Belgische driekleur nog even laten hangen aan onze gevel of halen we ze maar beter stante pede binnen. Net zoals bij de Rode Duivels mogen we het EK in Zürich hoopvol tegemoet zien. Met 27 atleten en 2 estafetteteams beschikken we over een omvangrijke delegatie. Van die 27 behoren 12 op basis van hun seizoensbeste tot de top-8 in Europa. Delegatieleidster Tille Scheerlinck wil alvast beter doen dan 4 jaar geleden toen 6 top-8 plaatsen en 3 medailles werden behaald. Die top-8 noteringen mogen geen probleem zijn met deze ruime en kwalitatieve delegatie, de Belgische criteria zijn doorgaans strenger dan in de ons omringende landen. Of we meer dan 3 medailles behalen zal deels afhangen van geluk. De bronzen plak van Bolshakova kwam vier jaar geleden ook een beetje onverwacht. De  medailles van Kevin Borlée en de 4x400m lagen dan weer wel in de lijn der verwachtingen. Iets wat anno 2014 iets minder voor de hand ligt.

Laten we beginnen met de twee vaandeldragers van de Belgische atletiek. Kevin en Jonathan Borlée hebben er een bewogen seizoen opzitten. Beiden konden nog niet overtuigen en liepen nog geen enkele keer een chrono onder de  45 seconden. Het gevaar komt voornamelijk van de Britten. Conrad William, Martyn Rooney en Matthew Hudson-Smith zijn meer dan outsiders voor het podium. Wat betreft de 4x400m steken zij er momenteel met kop en schouders bovenuit. Al is ook het Belgische team sterker dan 2 jaar geleden. Julien Watrin, die zich ook individueel kon plaatsen, is een versterking voor de Belgian Tornados. Alles zal afhangen van het niveau dat de Borlées zullen halen. De niet-selectie van Dylan Borlée is een zoveelste hoofdstuk in een niet al te fraaie oorlog tussen Jacques Borlée en de Belgische atletiekbond.

Lefgozer Pieter-Jan Hannes
België heeft een gouden generatie atleten op de fond en ook in de afstandsnummers komen we aardig voor de dag. Pieter-Jan Hannes is een van de absolute speerpunten op de 1500m. Hannes heeft zich reeds meermaals bewezen als kampioenschapsloper en werd zowel in de cross als op de piste Europees kampioen bij de beloften. In Heusden strandde hij met 3'34" 49 op drie tienden van het Belgisch record van Impens. Concurrentie komt van Ingebrigtsen die al 3'31" liet optekenen. En ook Tsefaye en Özbillen behoren tot de kanshebbers. Op de 5 en 10.000 meter zijn we in blijde verwachting van een knalprestatie van Abdi Bashir. Bashir verbeterde dit seizoen al zijn persoonlijke records en steekt in de vorm van zijn leven. Al is Bashir niet helemaal vrij van zorgen en kampt de Somalische Belg al een tijdje met kleine kwaaltjes.  Opvallend overigens is het  grotendeels ontbreken van vrouwelijke atleten op de afstandsnummers. Enkel Almensh Belete moet de Belgische eer zien hoog te houden op 10.000 meter.  Zij moet in staat zijn om te strijden voor de medailles, maar viel al eens eerder door de mand op een groot kampioenschap.

Op de sprintnummers presteren de vrouwen dan weer doorgaans beter dan de mannen. Anne Zagré is aan en sterk seizoen bezig op e 100 meter horden en moet in staat zijn om te strijden voor de medailles. Indien Eline Berings een superdag heeft kan er voor haar misschien wel een verrassing uit de bus vallen. Verder is het uitkijken naar de prestatie van Thomas Vanderplaetsen in de tienkamp. Een medaille lijkt net iets te hoog gegrepen.  U hoeft niets te missen van al dit fraais. Sporza zendt de meeste avondsessies live uit op Canvas en OP12.  U kijkt toch ook?

maandag 30 juni 2014

Steve Way: Van dikkerdje tot marathonkampioen

Van 110 kilo naar een marathon in 2h16'27". Hoe krijgt een mens dat voor elkaar? Maak kennis met Steve Way. Een 40-jarige  man met een apart levensverhaal die zich in Londen wist te kwalificeren voor de Gemenebestspelen (Commonwealth Games). Een verhaal over wilskracht en doorzettingsvermogen.

Mocht Steve Way besluiten een biografie te schrijven of te laten schrijven dan zou dat alvast geen oninteressant verhaal opleveren. Nog geen 8 jaar geleden zag het leven van deze Brit er heel anders uit dan vandaag de dag. Trainen voor een marathon behoorde toen nog niet tot de dagdagelijkse routine. Met 110 kilo zou het een helse lijdensweg zijn geweest. Hij moest daarentegen zien af te rekenen met een heel andere verslaving. Verslaafd aan afhaalmaaltijden, chocolade en sigaretten sleepte hij zich door zijn sedentair bestaan als bankbediende. Het keerpunt was de dag waarop hij besloot voor de lol deel te nemen aan een marathon.

Way oogt hier nog niet heel scherp
Met amper 3 weken training in de benen voltooide hij in 2006 zijn eerste marathon in 3:08. Met zijn lijvige gestalte was hij de vreemde eend in de bijt aan de finishlijn tussen al die goedgetrainde atleten. Way toonde voor de eerste keer zijn aanleg voor het marathonlopen, maar de vonk sloeg vooralsnog niet over. De loopschoenen vliegen opnieuw voor 18 maanden aan de kant en hij hervalt opnieuw in zijn oude gewoontes.

Zijn tweede marathon zou er meteen eentje worden voor de geschiedenisboeken. 2008 was het grote kantelmoment voor deze zwaarlijvige bankbediende. De sigaretten gingen de vuilnisbak in en fastfood maakte plaats voor een gezond en evenwichtig dieet. Uit het boek Advanced Marathoning haalde hij een schema om zich in 24 weken klaar te stomen voor een marathon onder 3 uur.  En of hij zijn doel haalde. Way finishte dat jaar in de top 100 in Londen in een tijd van 2:35.
"Sindsdien noemt hij zich op zijn blog niet langer marathonloper, maar wel ultraloper".
Meteen een tweede kantelmoment in de nog prille marathoncarrière van de Brit. Hij sluit zich aan bij een atletiekvereniging en zijn toewijding groeit week na week. Een jaar later staat hij in Londen opnieuw aan de start. Flink afgetraind deze keer wordt de finish in 2:25 overschreden en dat ondanks een sluimerende blessure aan de hamstrings. De jaren nadien loopt Way stilaan tegen zijn limieten aan, ondanks het opgedreven trainingsregime van 160 mijl per week.

Hier oogt hij al heel wat scherper
Voor het derde kantelmoment in Way' carrière moeten we iets meer dan één jaar terug in de tijd. Zoals steeds vormde de marathon van Londen ook dat jaar het grote hoofddoel. Naar eigen zeggen verkeerde hij nooit in betere vorm dan toen. Een blessure gooide roet in het eten, waardoor hij niet kon deelnemen. Way bleef niet bij de pakken zitten en besloot te trainen voor een internationale wedstrijd over 100 km. Hij won die ook met meer dan 40 minuten voorsprong op de nummer 2.  Zijn kwalificatie voor de Commonwealth Games dit jaar kwam ook voor Way onverwacht, aangezien hij zich meer en meer op het ultralopen ging toeleggen. Hij besloot pas in laatste instantie van start te gaan in Londen met het gekende resultaat. Het ultralopen geeft Way een nieuwe boost. Hij ziet zich voor het eerst ook als echte ultraloper. De marathon is een leuke bijkomstigheid geworden. Sindsdien noemt hij zich op zijn blog niet langer marathonloper, maar wel ultraloper.

Een ander groot doel voor hem is het wereldkampioenschap 100km in Doha in november dit jaar. De
zwaardere trainingen, waarbij  hij bvb op één weekend een marathon combineert met een trainingsloop over 40 mijl hebben tegen de verwachtingen in een gunstig effect op Way als marathonloper. In Glasgow, waar de Commonwealth Games dit jaar plaatsvinden, wil hij opnieuw een stuk sneller. Er zijn weinig atleten die het helse trainingsregime van Way kunnen bijbenen. Zijn trainingsgegevens houdt hij ook nauwgezet bij en kan door ieder van ons worden geraadpleegd op zijn blog. Vorige week liep hij een totaal van 132 mijl tegen een gemiddeld tempo van 6 minuten. Dat is meer dan 200 km tegen een gemiddelde van 3:44 per km. Zijn eigenzinnige trainingsprincipes hebben hem alvast mee aan de top gebracht . Hoe zegt men dat alweer met een gezegde? My WAY or the highway.


maandag 19 mei 2014

De 20 km door Brussel, dodelijk vermoeiend

Opnieuw viel er dit weekend een dode te betreuren tijdens de 20 km van Brussel. Al het derde dodelijke slachtoffer op vier jaar tijd. Daarnaast werden ook nog eens een handvol mensen opgenomen in het ziekenhuis na een hartinfarct. De roep om verandering klinkt opeens wel heel luid in Brussel.

Net voor de finish stuikte een 28-jarige man in elkaar. Een hartaanval  was de journalist bij de krant Le Soir fataal geworden. Het begint stilaan een kwalijke traditie te worden, maar dan eentje waar best niet te licht overheen wordt gegaan. Tijd dus voor actie. 

 Hitte
Wat maakt de 20 km door Brussel zo dodelijk? Er zijn tal van factoren die hier een bepalende rol spelen. Eerst en vooral is het weer hier de grote boosdoener. De wedstrijd wordt traditioneel gelopen op de laatste zondag van mei. Dan kunnen de temperaturen al aardig oplopen, zoals gisteren het geval was. Ook het feit dat mensen elkaar haast voor de voeten lopen zorgt ervoor dat de gevoelstemperatuur nog net iets hoger komt te liggen. Een hartinfarct is in de meeste gevallen de optelsom van tal van factoren zoals vermoeidheid, oververhitting en een verstoorde vochtbalans. Zeker bij warm weer onderschatten veel mensen het belang van een goede hydratatie. Door uitdroging loop je het risico dat het hart aan capaciteit verliest  net op een moment dat je lichaam in overdrive gaat. 

Afstand
Ook de afstand is een bepalende factor. De meeste lopers doen gemiddeld genomen ruim langer dan 1,5 uur over 20 kilometer. Uit onderzoek blijkt dat een afstand boven de 17 kilometer voor veel mensen een natuurlijke barrière vormt. Het mag dan ook niet verbazen dat het 28-jarige slachtoffer uit Henegouwen net voor de eindstreep het bewustzijn verliest en niet bij kilometerpaal 14. Veel deelnemers dienen tot het uiterste van hun kunnen te gaan enkel en alleen al om de wedstrijd te voltooien. Dat is ook de reden dat de Antwerp 10 Miles vooralsnog gespaard is gebleven van dodelijke slachtoffers. Die 16 kilometer is ook voor ongetrainde atleten nog net haalbaar. Al helpt het natuurlijk ook dat de 10 Miles midden april plaats vinden wanneer de temperaturen om te lopen draaglijk zijn.

"Het begint stilaan een kwalijke traditie te worden, maar dan eentje waar best niet te licht overheen wordt gegaan."
Parcours
Een derde oorzaak is de aard van het parcours. Wie ooit al eens in en om Brussel gelopen heeft zal vast en zeker het stevige niveauverschil tussen het noorden en het zuiden van de stad al hebben opgemerkt. Datzelfde hoogteverschil zorgt er ook voor dat er nooit echt scherpe tijden worden gelopen bij de marathon van Brussel. Het zwaartepunt in deze race bevindt zich in de eerste 7 kilometer, waar de lopers enkele pittig beklimmingen krijgen voorgeschoteld. Hierdoor stapelt de vermoeidheid zich al vroeg in de wedstrijd op. Dit gecombineerd met de warmte en de afstand zorgt ervoor dat veel mensen over hun limieten gaan met alle gevolgen van dien. 

Deelnemersveld

Het pittige profiel van de 20km van Brussel
Een laatste factor is de samenstelling van het deelnemersveld. Probeer als recreatieve loper maar eens een van de 35.000 startbewijzen te bemachtigen? Veel kans dat het je niet lukt. Dit komt doordat veel startnummers worden opgekocht door grote bedrijven die er een soort uitstap van maken. Ook een groot deel van het Vlaamse, Belgische, Brusselse en Europese ambtenarenkorps neemt bijvoorbeeld ieder jaar deel aan de wedstrijd. En daar zit nu net een stuk van het probleem. Deze vaak ongetrainde deelnemers zien de 20 kilometer meer als een tussendoortje. Vaak starten ze de wedstrijd zonder specifieke voorbereiding, maar wel met de competitieve instelling van een olympische atleet . Want natuurlijk mogen de collega's niet voor mij eindigen in de einduitslag.  Dit soort van haantjesgedrag zie je voornamelijk bij de jongere deelnemers. Zo stierf in 2011 een 26-jarige deelnemer. Nochtans staat er een heel leger van goedgetrainde atleten klaar om hun plaats in te nemen. Alleen hebben zij nauwelijks de kans om aan starbewijzen te raken. De organisatie schiet zich dus in de eigen voet met deze strategie die zich voornamelijk richt op bedrijven. Al moet gezegd dat niets moeilijker te voorspellen is dan (potentieel) hartfalen. Getraind of ongetraind, het kan iedereen overkomen. Het slachtoffer nam overigens al voor de tiende maal deel, om maar te zeggen. Neemt niet weg dat er steeds getracht moet worden om de risico's voor de deelnemers zo beperkt mogelijk te houden. De 20km door Brussel in zijn huidige vorm is een loodzware wedstrijd in (te) moeilijke omstandigheden. 

Dat er dus iets moet veranderen aan deze formule is duidelijk. Er zijn tal van verbeterpunten. Organiseer de wedstrijd vroeger in het jaar of ergens in het najaar. De warmte is ieder jaar opnieuw de grote boosdoener. Prima dat je je als organisatie op bedrijven richt, maar ga dan voor een doorgedreven begeleiding. Werk in samenspraak met deze bedrijven trainingsschema's uit en zorg ervoor dat werknemers die willen deelnemen voldoende getraind zijn. 

dinsdag 6 mei 2014

6 mei 1954, een historische mijlpaal

6 mei 1954 was letterlijk een mijlpaal voor de atletiek. Die dag liep voor het eerst iemand een mijl in minder dan 4 minuten. Die iemand was Roger Bannister. Terend op wraakgevoelens, omwille van zijn gemiste medaille op de Spelen van 1952 op 1500m, beleefde de nu 85-jarige Brit in het plaatsje Oxford zijn moment de gloire. 


Bannister bij het overschrijden van de finish 
 Een verhaal over een man die het onmogelijke waar maakte. Het blijft de mensen ook zestig jaar na het slopen van deze magische barrière aanspreken. Wat nu een evidentie lijkt werd in die tijd onmogelijk geacht. Geen enkele mens is fysisch in staat om een mijl of 1609 m te lopen onder 4 minuten was toen de geldende opvatting. Het wereldrecord in die tijd dateerde uit 1945, toen 4 01.4 op de tabellen werd gezet. Om onder de 4 minuten te duiken zou men gemiddeld 24.14 km/h dienen te lopen of 14.91 s per 100 m. Men raakte toendertijd meer en meer van de gedachte doordrongen dat dit voor een mens simpelweg niet haalbaar was. Achteraf gezien zou het vooral een mentale barrière zijn geweest.  Nog datzelfde jaar werd door meerdere atleten deze magische grens gerond. Maar er kan er maar één de eerste zijn en dat is Roger Bannister, een toen 25-jarige geneeskundestudent. Vergelijk het met de maanlanding. Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog wie er naast Armstrong zat in de maanlander op 21 juli 1969? Bannister zal voor eeuwig en altijd bekend staan als de atleet die voor het eerst sneller liep dan 4 minuten op 1 mijl.

Roger Bannister had aanvankelijk een heel ander doel voor ogen. Zijn ultieme droom was deel uit te maken van het roeiteam van Oxford University en deel te nemen aan de befaamde Boatrace. Bannister werd evenwel te licht bevonden. Met zijn 68 kilo en 1,85 meter kwam hij er al snel achter dat hij zijn talent in de atletiek moest zien te verzilveren. Qua trainingsleer hield hij er eigenzinnige principes op na. In tegenstelling tot veel van zijn concurrenten trainde Bannister betrekkelijk weinig. Maximum een uurtje per dag, vaak nog minder. Als student geneeskunde spendeerde hij zijn tijd liever achter de boeken. Daar kon hij-zo vond hij-pas echt het verschil maken voor de maatschappij. Niet door vier rondjes te rennen in minder dan 4 minuten. Hij was de eerste om zijn prestaties in de atletiek te relativeren. Na zijn studies ging hij aan de slag als neuroloog, iets waar hij naar eigen zeggen veel meer voldoening uit haalde. Op 85-jarige leeftijd vecht Bannister al een tijdje tegen de ziekte Alzheimer. Nota bene het vakgebied waar hij zich zo in had bedreven.

"Als student geneeskunde spendeerde hij zijn tijd liever achter de boeken. Daar kon hij-zo vond hij-pas echt het verschil maken voor de maatschappij. Niet door vier rondjes te rennen in minder dan 4 minuten."

De Spelen van Helsinki in 1952 moesten het absolute hoogtepunt worden voor Bannister. Op de 1500m, de mijl is geen officiële afstand op kampioenschappen, was hij torenhoog favoriet. Groot-Brittannië rekende op niets minder dan goud en ook hijzelf zou met niets minder genoegen nemen. Helaas voor hem draaide het anders uit. Door het grote aantal deelnemers moest hij meerdere reeksen kort na elkaar lopen om door te dringen tot de finale. Een groot nadeel voor Bannister, die teerde op weinig trainingskilometers met als gevolg dat hij net buiten de medailles strandde. In zijn biografie schrijft Bannister dat dit voor hem de drijfveer was om jacht te maken op het magisch record op de mijl en nog twee jaar door te gaan met atletiek.

Die recordpoging kwam er op 6 mei 1954. Hij koos hiervoor symbolisch een kleine meeting in Oxford uit. De omstandigheden waren verre van ideaal die dag. Het was behoorlijk koud en er stond een stevig voelbare wind. Tot een half uur voor de start twijfelde 'the flying doctor' of een recordpoging wel de moeite ging zijn. Maar de 3.000 toeschouwers wilden spektakel en hij besloot het er toch op te wagen.  Onder aanvoering van zijn twee hazen Basher en Chataway passeerde Bannister na 3 ronden in 3:01. Met nog 200 meter te gaan passeert hij zijn laatst overgebleven gangmaker die aan het stilvallen is. Met stevige halen voert hij het tempo vervolgens nog de hoogte in. Uiteindelijk stopt de klok na 3:59.4. Bannister diende zo diep uit het krachtenarsenaal te putten dat hij na de finish even het bewustzijn verliest. Ironisch genoeg was hij dus zowat de laatste in het stadion die op de hoogte werd gesteld van het net verbeterde record.

Waar moeten we deze prestatie plaatsen in de ranglijst van gesneuvelde wereldrecord in de atletiek? Elk wereldrecord wordt hoe dan ook ooit ingehaald door de tijd. Anno 2014 hebben ondertussen meer dan 1300 mensen onder de vier minuten gelopen op deze afstand. Dat is nog altijd minder dan de naar schatting 4000 bergbeklimmers die de top van de Mount Everest hebben bereikt om u een idee te geven. Qua trainingsleer, materialen ed. zijn we al een heel stuk geëvolueerd en ook de context en de samenstelling van de atleten is in al die tijd sterk veranderd. Bannister had geen Oost-Afrikanen als concurrenten, maar wel Australiërs, Amerikanen en Europeanen. De Australiër John Landy was de grootste concurrent van Bannister in die tijd. Ook  Landy had al enkele keren gepoogd het wereldrecord op de mijl onder de 4 minuten te brengen. Hij was er zelf hoe langer hoe meer van overtuigd dat dit niet mogelijk was. Het was pas nadat Bannister die psychologische grens doorbrak dat hij er zelf ook begon in te geloven. Nog geen anderhalve maand later stelde Landy het record in Helsinki bij tot 3:57.9. Dat wereldrecord zou later nog 17 keer gebroken worden. Vandaag de dag staat het op naam van de Marokkaan Hicham El Guerrouj met 3:43.13. Als Bannister één verdienste heeft dan wel dat hij toonde dat niets onmogelijk is in de sport.

Rest er  nog de vraag wie de rol van Bannister in de marathon op zich zal nemen. Dat andere heilige huisje in de atletiek waar marathonlopers zo'n schrik van lijken te hebben. Stefano Baldini, gerenommeerd Italiaans marathonloper, is duidelijk in zijn discours. Volgens hem zal het zeker nog 25 jaar duren alvorens iemand onder de 2 uur loopt. Vandaag de dag staat het wereldrecord op naam van Wilson Kipsang, die in Berlijn vorig jaar 2:03:23 liep. Laat het verhaal van Bannister alvast een bron van inspiratie zijn voor de nieuwe generatie marathonlopers. Of om het met een slogan van een groot sportmerk te zeggen,  'impossible is nothing'.

*NOOT: Dat we als menselijke soort de laatste jaren een stevige evolutie meemaken bewijst ook het nieuwe wereldrecord op de biermijl van James Nielsen, zie hierboven, die als eerste onder 5 minuten wist te duiken (4:57) vorige week. Het principe van de biermijl is heel simpel. Elke ronde dient er een blikje bier van 33 cl met een alcoholpercentage van 5 procent te worden gedronken. Best een sterke prestatie dus van die Nielsen.


*Een interessante uiteenzetting over de evolutie van prestaties in de sport in de loop van de tijd, met onder meer ook een passage over het record van Bannister. Zeker de moeite waard om eens te bekijken

dinsdag 10 december 2013

Ode aan de cross

Enkele jaren geleden schreef ik hier nog een blog neer over de bloedarmoede in de Belgische crosswereld. Drie jaar later lijkt het vacuüm stilaan opnieuw te zijn opgevuld. De jonge generatie lijkt opnieuw de weg naar het veld gevonden te hebben. De basis voor een goede zomer leg je nu eenmaal in de winter, ploeterend en zwoegend in het slijk door weer en wind. 

Je zou me enige vorm van scorebordjournalistiek kunnen verwijten, want was ik hier in een niet zo ver verleden niet bijzonder kritisch voor onze Belgische atleten? Wat is er dan in die tussentijd zoal veranderd?  Het kan een subjectieve inschatting zijn, maar er wordt niet langer meewarig gedaan over het crossen. Crossen is opnieuw een voltijdse winterbezigheid voor de meeste Belgische baanatleten. Het is zoals de vader van Pieter-Jan Hannes het treffend verwoordt: " In de winterperiode moet er getraind worden op volume".  Op persoonlijk vlak heb ook ik de geneugten van deze oeroude filosofie ontdekt. Toen ik vorig jaar het zotte idee kreeg om mijn eerste marathon te lopen in maart in het Italiaanse Treviso stonden er ook op mijn schema veel kilometers op het menu. Dat viel overigens perfect te rijmen met het veldloopseizoen. Maar dat leidde alvast tot een wervelende start van mijn zomerseizoen waarbij ik onder meer 8'48" liet noteren op de 3000 meter in Herentals en mijn persoonlijke records in sneltempo sneuvelden. Ik voelde me nog nooit zo sterk, alleen jammer dat ik die lijn niet kon doortrekken omwille van een opgelopen stressfractuur begin juli. Momenteel ben ik opnieuw in voorbereiding  op de marathon van Barcelona en zal er opnieuw stevig geploeterd worden in regionale veldlopen in de buurt. Daar hoop ik opnieuw in de zomerperiode de vruchten van te plukken. 

PJ-Hannes
PJ-Hannes loopt naar de winst in Belgrado
Het bilan na het Europees kampioenschap in Belgrado oogt mooi voor de Belgische delegatie, ondanks het gekibbel over de selectiepolitiek voorafgaand aan het tornooi. Er werden in totaal drie medailles behaald. Wel jammer dat Jeroen d'Hoedt sneuvelt op één honderdste van een medaille. Als ik het één iemand had gegund, dan hem wel. De dominantie van onze senioren mannen leverde ons overigens ook een knappe tweede plaats op in het landenklassement.Al zou ik er de volgende keer wel voor kiezen om ook bij de junioren en beloften een voltallige ploeg af te vaardigen. Over dominantie gesproken: de race van Pieter-Jan Hannes, die in de beloftencategorie het goud veroverde, mocht er ook zijn.  Hannes is het bewijs dat je met een gezonde dosis lef, zelfvertrouwen en werklust al een heel eind ver komt. Als je dan ook nog eens gezegend bent met een flinke portie talent dan is er een gouden toekomst voor je weggelegd. Dat nu ook hoe langer hoe meer atleten op de 1500 meter hun heil zoeken in het veld kunnen we enkel maar toejuichen. In de periode Desmet-Van Hooste waren de atleten komende uit de halve fond  eerder een rariteit. Toen waren het voornamelijk atleten die zich in de zomer toelegden op het langere werk en de weg die de dienst uitmaakten in de Lotto CrossCup. Anno 2013 staat Hannes aan kop in de tussenstand gevolgd door d'Hoedt. Twee toppers op de 1500m. Je kan als atleet op de kortere nummers dus wel degelijk enige rol van betekenis spelen in die CrossCup. Al zal Hannes zich na de winter voornamelijk toeleggen op de korte cross. Overigens mogen we het belang van die CrossCup niet onderschatten. Dit regelmatigheidscriterium biedt onze atleten een uitstekend platform om zich op hoog niveau te tonen. Dat deze wedstrijden ook nog eens de nationale televisie halen is op zijn beurt weer mooi meegenomen.

De CrossCup is is uitgegroeid tot een waar succesverhaal. Minder goed vergaat het de kleine regionale crossen. Een vaststelling die ook een geroutineerde trainingsmaat van mij onlangs maakte toen we terugkwamen van de karig bezette cross in Boechout begin december. Zo stond ik eind november aan de start van de lange cross in Arendonk met amper 7 starters. Plezant is anders. Het succes van de CrossCup laat zich hier stevig voelen. Mijn voorstel is dan ook dat regionale crossen niet langer de concurrentie aangaan met elkaar en de CrossCup.  In het weekend dat er in Roeselare gestreden werd voor startbewijzen in Belgrado vonden er twee regionale crossen plaats op een boogscheut van elkaar (Bonheiden en Arendonk en iets verderop ook in Bree)  Dan heeft men het in Mechelen beter voor elkaar, waar de cross op 11 november meer dan 1000 deelnemers lokte.  Maar voor veel clubs is het nog steeds een erezaak om op de zoveelste zondag van  maand X hun cross te organiseren. Een beetje meer flexibiliteit van de organiserende clubs en een betere regionale spreiding zou echter al veel kunnen oplossen. 

maandag 18 november 2013

Jamaïca boven, of toch niet

Usain Bolt is voor de vijfde keer door het IAAF verkozen tot atleet van het jaar. Ook bij de vrouwen ging de oppergaai naar Jamaïca(Fraser-Pryce). En dat terwijl Jamaïca meer en meer wordt geassocieerd met dopinggebruik. 

Verrassend kan je de verkiezing van Bolt niet noemen. Bolt won 10 van zijn 11 races over 100m en is ongeslagen op de 200m. Maar 2013 was ook het jaar dat de concurrentie het om allerlei redenen liet afweten. Zo werden Asafa Powell en Tyson Gay positief bevonden op het gebruik van prestatiebevorderende middelen en volgde in hun kielzog nog enkele andere Jamaïcaanse atleten. Enkel Justin Gatlin kon Bolt dit jaar kloppen in Rome. Lightning Bolt won op het wereldkampioenschap in Moskou, zij het zonder veel glans, zowel de 100, 200 als de 4x100m. Flitsend was het zeker niet, ondanks grote woorden en zijn openlijke aspiraties het wereldrecord op de 200m scherper te stellen. Met een tijd van 19.66 kwam Bolt niet eens in de buurt van zijn eigen wereldrecord. Ging het in 2008 nog allemaal vanzelf, dan geeft Bolt nu meer en meer de indruk voor elke meter te moeten zwoegen. Het flitsende is ervan af, maar Bolt staat ook vandaag nog eenzaam aan de top en het zal nog wel enige tijd duren vooraleer hij daar gezelschap krijgt. 

Ook bij de vrouwen ging de titel naar Jamaïca. Ann Fraser-Pryce presteerde synchroon met Bolt, waardoor de vakjury nog weinig keuze had. Ook Pryce won drie keer goud op de 100, 200 en 4x100m en vestigde op de eerste twee nummers tevens een wereldjaarprestatie. Ook het blazoen van Fraser-Pryce blijft (voorlopig) op het vlak van dopinggebruik ongeschonden. Al weet ze net iets moeilijker houding te geven als haar om een reactie wordt gevraagd. Vandaag, maandag red, kondigde ze zelfs aan dat ze mogelijk geen grote tornooien meer loopt zolang de (valse) speculaties aan haar adres aanhouden.  Dan reageert Bolt op dat vlak toch net dat tikkeltje volwassener. Maar dat men een probleem heeft in Jamaïca wat betreft doping kan natuurlijk niemand ontkennen. 

Bloedtesten
Het was een drukke periode voor het WADA dit voorjaar. Zowel Asafa Powel, Veronica Campbell-Browm en Sherone Simpson werden publiekelijk aan de schandpaal genageld. Vervuilde voedingsuplementen zouden aan de oorzaak liggen van de recente golf positieve dopinggevallen op het Caribische eiland. Campbell-Brown komt er naar alle waarschijnlijkheid vanaf met een waarschuwing opgelegd door het Jamaïcaanse Anti doping agentschap (JADCO). Datzelfde JADCO draagt overigens een bedenkelijke reputatie met zich mee. Zo zou in de 6 maanden voorafgaand aan de Spelen maar één dopingcontrole buiten competitie hebben plaatsgevonden. Blijkbaar hanteert men andere normen en waarden als het op de bestrijding van doping aankomt in Jamaïca. Het WADA zit bijzonder verveeld met de zaak en stuurde onlangs een team experten ter plaatse. Het WADA zal in de toekomst meer budget ter beschikking stellen voor dopingbestrijding, en jawel voor het eerst zullen Bolt en co ook onderworpen worden aan bloedtesten. In Jamaïca loopt men met andere woorden nog lichtjaren achter. Maar of dit voldoende zal zijn voor de boswachter om de stroper te slim af te zijn? 

Had het van mij persoonlijk afgehangen dan ging de titel dit jaar niet naar Bolt maar naar Ashton Eaton. Deze Amerikaan kroonde zich op overtuigende wijze tot wereldkampioen in de tienkamp. In feite is Eaton de meest complete atleet ter wereld, maar misschien ook wel de meest miskende.Hoewel decathlon aan populariteit wint staat deze discipline nog steeds in de schaduw van de sprintnummers. Eaton is er ook niet vies van harde statements te maken wat betreft dopinggebruik. Het maakt hem net iets geloofwaardiger dan pakweg Fraser-Pryce of Bolt, al steek ik ook voor Eaton zeker mijn hand niet in het vuur. 

donderdag 8 augustus 2013

WK Atletiek, de voorbeschouwing

Koning voetbal zal de komende dagen plaats moeten ruimen voor de atletiek. Voor wie totaal geen voeling heeft met deze sport alvast deze beknopte handleiding. Het WK wordt overigens overspoeld door een golf afzeggingen van wereldtoppers door blessures en dopinggebruik. 

Het imposante Luznikhi stadion
Het wereldkampioenschap atletiek gaat dit jaar door in het beroemde Luznikhi stadion, met 78.000 zitplaatsen het grootste stadion in Rusland. Er kleeft heel wat geschiedenis vast aan deze sporttempel, helaas ook in negatief opzicht. Tijdens een Europese wedstrijd tussen Spartak Moskou en HFC Haarlem vonden 66 mensen er de dood nadat ze werden vertrappeld. In 1980  vormde  Luznikhi dan weer het zenuwcentrum  voor de Olympische Spelen in Moskou.  Muzikale grootheden als U2, Michael Jackson en de Rolling Stones traden er op. En ook in de toekomst zal in dit stadion voetbalgeschiedenis geschreven worden tijdens het WK 2018. Maar eerst dus nog het WK atletiek, het veertiende alweer.  De gemiddelde Moskouviet lijkt alvast niet wakker te liggen van dit tweejaarlijkse topevenement. Halflege tribunes zoals we in Osaka te zien kregen in 2007 nodigen niet echt uit tot topprestaties. Dus fingers crossed dat de interesse alsnog aanwakkert. In totaal mogen de atleten 7 miljoen dollar aan prijzengeld onder elkaar verdelen. Een wereldtitel levert 60.000 dollar op, een wereldrecord nog eens 100.000 extra. Wees maar zeker dat Bolt erop gebrand is zijn eigen wereldrecord scherper te stellen. Iets wat hij ook van plan is op de 200 meter, maar daarover later meer. 

En wat met de Belgen?
WK's en België, het is nooit een goede combinatie geweest in het verleden. In 30 jaar behaalde ons land slechts 4 medailles. Dat is bijzonder weinig, zeker in vergelijking tot onze prestaties op de Spelen, waar we toch een stuk beter voor de dag komen. De laatste medaille, de bronzen plak van Kevin in Daegu, ligt nog vers in het geheugen. Een herhaling van die stunt is niet uitgesloten, maar ik zou er alvast mijn geld niet op durven verwedden. De Belgische delegatie telt 15 deelnemers. Ter vergelijking: in Nederland mogen 24 atleten hun koffers pakken. Verhoudingsgewijs scoren we dus zeker niet slecht. In België gaat kwaliteit nog altijd boven kwantiteit. Ons land hanteert dan ook strenge selectienormen. Zeker voor jonge atleten, die nog net niet goed genoeg zijn, is dit vaak een gemiste kans. Nemen we even het voorbeeld van Aaron Botterman. Hij wist zich in extremis te plaatsen voor het EK voor junioren in Rieti. Botterman verraste vriend en vijand en veroverde de zilveren medaille op dat EK. Om maar te zeggen dat er ook gekeken moet worden naar het potentieel van een atleet. 
"En met alle respect, maar snelwandelen kan je met de beste wil van de wereld toch bezwaarlijk een natuurlijke sport noemen. Een ware aanslag op het lichaam, die geforceerde heupbeweging. En erg fraai om naar te kijken is het ook al niet." 

De druk van de hele natie komt alweer op de schouders van de Borlées terecht. De broertjes krijgen af te rekenen met stevige concurrentie. Een bronzen plak lijkt het hoogst haalbare te zijn. Kirani James is een klasse apart en ook LaShawn Merrit lijkt terug op zijn oude niveau te presteren. Leguelin Santos is dan weer een outsider waar rekening mee gehouden moet worden. Dat Jonathan Borlée Santos in Monaco wist te kloppen laat alvast het beste verhopen. De 4x400 meter lijkt qua invulling sterker dan een jaar geleden. Coach Jacques beschikt over vijf atleten die onder de 46 seconden lopen. Een conditio sine qua non als je wil meespelen voor de medailles, al zal natuurlijk veel afhangen van de prestaties van Kevin en Jonathan. Wat rest er hen nog na een slopend tornooi op de 400 individueel? Naast jonathan en Kevin maakt nu ook Dylan Borlée zijn opwachting. Drie broertjes in een aflossingsteam, het moet een unicum zijn. Kevin en Jonathan zijn overigens niet de enige tweelingen op dit tornooi. In het snelwandelen vinden we maar liefst drie paar tweelingen terug. Joao en Sergio Viera voor Portugal (20km), Edward en Yerko Araya voor Chili en de Kazakse tweeling Ayman en Sholpan Kozhakmetova (20km). Overigens blijf ik me vragen stellen bij het nut van snelwandelen op een WK. Atletiek is net een van de natuurlijkste sporten. En met alle respect, maar snelwandelen kan je met de beste wil van de wereld toch bezwaarlijk een natuurlijke sport noemen. Een ware aanslag op het lichaam, die geforceerde heupbeweging. En erg fraai om naar te kijken is het ook al niet. 

PJ
Waar ik persoonlijk wel naar uitkijk is de prestatie van Pieter-Jan Hannes, PJ voor de vrienden. Ik heb deze atleet twee jaar geleden al eens vermeld op deze blog. Sindsdien is hij alleen maar beter gaan presteren. Deze eigenzinnige atleet heeft alles in zich om hoge ogen te gooien op kampioenschappen. Een grote mond heeft hij alleszins, maar daar hou ik wel van.  Hannes verkondigde aan iedereen die het wilde horen ruim op voorhand dat er aan hem niks te doen zal zijn op de 1500 meter op het EK voor beloften in Tampere. Op magistrale wijze hield Hannes woord, il faut le faire. Deze atleet staat met veel zelfvertrouwen op het tartan, een kwaliteit die hem zeker op grote kampioenschappen van pas zal komen. Zijn snelle laatste ronde is een stevig wapen op grote kampioenschappen, waar vaak tactisch wordt gelopen. Dat bewees hij onder andere in Rabat, waar hij een fenomenale laatste ronde uit de benen schudde en zijn  selectie voor Moskou wist veilig te stellen. Een finaleplaats is zeker niet onmogelijk voor deze lefgozer, al is het geen schande indien het hem niet zou lukken. Het mentale aspect mogen we zeker niet onderschatten op een kampioenschap. En wat dat betreft zit het helemaal goed bij deze atleet. Indien deze blog via via tot bij Pieter-Jan komt wens ik hem alvast veel succes toe.  


Eaton wordt opnieuw een van de grote sterren van het tornooi
Meerkampen zit in België stevig in de lift. De prestatie van Van Alphen vorig jaar op de Spelen kreeg bijzonder veel weerklank in eigen land. Jammer genoeg houdt een blessure Van Alphen weg uit Moskou. Met Thomas Van der Plaetsen  staat alvast een vervanger met potentieel klaar. Podiumkandidaat is hij (nu) nog niet, maar een stevig PR moet er wel inzitten. Nafi Thiam heeft alles in zich om uit te groeien tot een wereldtopper in de zevenkamp. Thiam brak dit jaar het wereldrecord vijfkamp bij de juniores, maar door een laattijdige dopingcontrole werd dit record niet gehomologeerd. Dat wereldrecord staat dus nog altijd op naam van Carolina Kluft, en we weten allemaal welke carriëre deze Zweedse heeft uitgebouwd. Moskou komt nog net te vroeg om al over medailles te spreken in het geval van Thiam. Voor België komen verder nog Abdir Bashi (10.000m),  Axelle Dauwens (400h), Sara Aerts en Anne Zagré (100h) in actie. Opvallend: Almensh Belete loopt voor België de 5000 meter, haar zus Mimi loopt dan weer voor Bahrein. 

Bolt
Op het internationale plan is het vooral uitkijken naar de loopnummers. Van 100 meter tot de marathon. Elke discipline heeft zijn charmes. De krachtsexplosie bij de sprintnummers, de sierlijke loopbeweging van de Kenianen op de middenafstand en de 5 en 10 kilometer. De kampnummers boeien me dan weer net iets minder. Ik herinner me bijvoorbeeld nog vorig jaar op de Spelen de prestatie van Nazdeya Ostapchuk, die olympisch kampioene kogelstoten werd. Haar verschijning was best indrukwekkend. Breed geschouderd en ik ontwaarde zelfs beginnende mannelijke trekjes bij haar. Tot ieders grote verrassing testte de Wit-Russische positief op het gebruik van anabole steroïden.  Polsstokspringen krijgt dan weer wel mijn aandacht. De rising star bij de mannen is Renaud Lavillenie. Deze Fransman zou wel eens het stokoude (vat de humor) wereldrecord van Bubka (6,14m) kunnen breken in de nabije toekomst. Dat bewees hij door in Londen over 6,02m te springen. De loopnummers dus.... De 100m bij de mannen lijkt onthoofd door het wegvallen van Tyson Gay , die betrapt werd op het gebruik van doping.  Yohan Blake ligt dan weer in de lappenmand. De concurrentie moet nu komen van Nesta Carter en Justin Gatlin voor Bolt, die voorlopig ogeschonden uit Jamaïca-gate komt.. Ook wordt het uitkijken naar Kiryu Yoshilde, een 17-jarige Japanner die een grote toekomst op dit nummer wordt voorspeld.  Wil het op de 100m de laatste jaren nogal eens spannend worden voor Bolt, dan hoeft hij op de 200m amper te vrezen. 

 Bij de vrouwen zijn ongetwijfeld alle ogen gericht op Alyson Felix. Deze atlete gaat toch al een tijdje mee en kan in Moskou haar vierde titel op de 200 meter pakken. Regerend weredkampioene Campbel-Brown is er deze keer niet meer bij. De atlete deelt mee in de malaise (doping) die er momenteel heerst in Jamaïca. Carmelina Jeter is er wel bij, maar zij sukkelde lange tijd met blessures en vraag is in welke conditie zijn aan de start staat. Alle ogen zijn dus weer gericht op Felix, al krijgt ze wel af te rekenen met stevige concurrentie uit eigen kamp. Kimberlyn Duncan klopte Felix verrassend op de Amerikaanse trials en werpt zich op als een stevige outsider. Op de 100m bij de vrouwen liggen de kaarten iets duidelijker op tafel. Fraser-Pryce is de topfavoriete op dit nummer. De Jamaïcaanse liet dit aar al 10.71 optekenen. 

Open 800 meter
Een van de absolute smaakmakers van de vorige Spelen was zonder twijfel David Rudisha. Van start tot finish liep de Keniaan aan de leiding in de finale, om te finishen in een een nieuw wereldrecord. Rudisha is er door middel van een blessure niet bij dit jaar. En ook Nijel Amos heeft zich teruggetrokken voor Moskou. Amos werd vorig jaar nog verrassend 2de achter Rudisha in Londen. Er lijkt overigens een vloek te rusten op de 800m. Timothy Kitum, die brons won in Londen, haalde zelfs de Keniaanse selectie niet. Het wordt uitkijken naar de Kenianen, traditioneel sterk in dit nummer,  Anthony Chemut, Fergusson Rotich, en Mutai. Ook het Amerikaanse duo Symmonds en Solomon mogen tot de kanshebbers gerekend worden. Solomon heeft met 1.43.27 de snelste tijd van dit seizoen gelopen. Het belooft alvast een spannende race te worden op de 800m. De 1500m lijkt dan weer een kolfje naar de hand van Asbel Kiprop. Kiprop imponeerde in Monaco. In een snelle race liep Kiprop naar de vierde snelste tijd ooit. Dan ben je titelkandidaat.Verrassend was ook de sterke prestatie van Farah in diezelfde wedstrijd. Farah bewees over potentieel te beschikken op dit nummer. Misschien hoort een combinatie 1500-5000, zoals El Guerrouij ooit deed wel tot de mogelijkheden in de  oekomst. Farrah is duidelijk op zoek naar een nieuwe uitdaging. De Algerijn Mahkloufi, die in Londen nog het goud pakte op dit nummer, zal er niet bij zijn. Mahkloufi kwam er dit jaar amper aan te pas en finishte in de Prefontaine Classic, waar hij de mijl liep, pas elfde. Naar eigen zeggen ligt een virale infectie aan de basis van het mindere presteren.

"Ethiopië lijkt het te kloppen land. Met Merga, Gebremeskel, en Kuma kan het rekenen op ervaren routiniers."

Ethiopië vs Kenia vs Groot Brittanië
Op de 5000 meter is het opnieuw uitkijken naar Farrah. Op de Olympische Spelen in Londen was Farrah een van de absolute uitblinkers.  Dat het steil bergop gaat met de carriëre van Farrah is in hoofdzaak te danken aan het Oregon project. Dit door Nike opgezette project laat, voornamelijk Amerikaanse, atleten toe zich in optima forma te kunnen voorbereiden. Farrah heeft zelf aangegeven dat de samenwerking met Salazar, die het project coacht, voor hem het ontbrekende puzzelstukje was.  Ook Galen Rupp, die in Londen zilver pakte op de 10.000, maakt deel uit van het project. Rupp en Farah zijn onafscheidelijk. Beiden lassen ze regelmatig een trainingskamp in de befaamde Rift Valley in. Van wie veel verwacht wordt op de 5000m is Soi, of Edwin Cheruiyot. De Kenianen presteren traditioneel sterk op de 5.000m. Maar liefst 7 van de 13 titels gingen naar een Keniaan. Maar ook uit Ethiopische hoek mag Farrah concurrentie verwachten. Yenew Alamirew liep in in Rome met 12:54 de tweede beste tijd van het seizoen en ook Hagos Gebrihwet was dit seizoen al een stuk sneller dan Farrah. Ook op de 10.000m belooft het een spannende strijd te worden. Ethiopië lijkt het te kloppen land. Met Merga, Gebremeskel, en Kuma kan het rekenen op ervaren routiniers. En als titelverdediger mogen we ook Jeilan niet afschrijven.  Bekele is momenteel eerste reserve. Bij de vrouwen wordt het uitkijken naar een tweestrijd tussen Defar en Tirunesh Dibaba, al lijkt die laatste duidelijk over de beste papieren te beschikken. Indien de geruchten kloppen zouden we wel eens verstoken kunnen blijven van een duel Defar-Dibaba. Defar zou enkel de 5000 lopen, terwijl Dibaba enkel op de 10.000 zou starten en dit om elkaar te ontlopen. Het zou een kaakslag zijn voor de atletiek en een teken van zwakheid moest dit inderdaad het geval zijn. 

Het wordt een boeiende week, u  kijkt toch ook mag ik hopen?